Programma 2018-2022

Download het verkiezingsprogramma

Verkiezingsprogramma van de Christen Unie voor de Gemeenteraadsverkiezingen 2018-2022.

VOORWOORD 

De ChristenUnie neemt de overheid serieus als gave van God om de samenleving te dienen en in goede banen te leiden. Deze gave moet op een verantwoordelijke wijze gebruikt worden. 

Overheid en burgers dragen een gezamenlijke verantwoordelijkheid voor de samenleving. De Chris-tenUnie wil duidelijk onderscheiden wie voor welke terreinen verantwoordelijkheid draagt. Sommige terreinen zijn exclusief het terrein van de overheid, andere terreinen zijn primair van de burgers en de verbanden waar zij in georganiseerd zijn. Daartussen liggen veel terreinen waar vormen van samenwerking nodig en mogelijk zijn tussen overheid, burgers, organisaties en ook het bedrijfsle-ven. 

De overheid is er primair om het kwaad te weren uit de samenleving.1 De overheid is er ook om steun en richting te geven aan de ontplooiing van mens en maatschappij. Deze twee doelstellingen zijn slechts haalbaar wanneer de overheid een besef heeft van de normen die ze hierbij moet aan-leggen en zelf ook betrouwbaar is. De ChristenUnie houdt overheid en burgers de goede normen voor die God in de Bijbel geeft. 

1 Zie Bijbelboek Romeinen, hoofdstuk 13, vers 1-4. 

Goed bestuur begint bij heilzame normatieve keuzes. Het gemeentebestuur moet ook hier zijn ver-antwoordelijkheid kennen en nemen. Over normen en waarden moet publiekelijk, open en eerlijk gesproken kunnen worden. De ChristenUnie zet zich in voor gezagsherstel van de overheid en de aan haar verbonden controlerende en uitvoerende instituties. Publieke taken moeten publiek verant-woord worden. 

Burgers dragen mede verantwoordelijkheid voor de publieke samenleving, dus niet alleen voor zich-zelf, maar ook voor de buurt, voor de gemeente en in de eigen leefomgeving zoals: bedrijven, op scholen, in organisaties, op sportvelden e.d. Zij kennen hun eigen leefomgeving als geen ander. Zij moeten daarin serieus worden genomen. Korte lijnen tussen burgers en de gemeentelijke overheid zijn van groot belang. 

Burgers moeten weten waar de besluitvorming plaatsvindt, hoe zij daarop invloed kunnen uitoefenen en ook waar de grenzen van inspraak en invloed liggen. Als het gaat om het algemeen belang en een integrale beleidsafweging is het uiteindelijk de overheid die de knopen moet doorhakken. De overheid heeft immers een eigen terrein en eigen verantwoordelijkheden. 

De ChristenUnie en de Bijbel 

Gedreven door Gods liefde en Christus’ koningschap wil de ChristenUnie zich inzetten voor de samenleving en het bestuur van ons land. Zij erkent dat de overheid door God is gegeven en in Zijn dienst staat om recht te doen en vrijheid en vrede te beschermen, wereldwijd. De ChristenUnie ba-seert haar politieke principes op de Bijbel, Gods geïnspireerde en gezaghebbende Woord. Haar leden verenigen zich vanuit het christelijk geloof, zoals kernachtig verwoord in de Geloofsbelijdenis van Nicea.” 

Namens het bestuur; 

Voorzitter Rein de Jong 

Voor meer informatie: 

Rein de Jong (voorzitter) 

Sytze Holtrop (lijsttrekker) Verkiezingsprogramma ChristenUnie De Fryske Marren 3 

Inhoudsopgave 

VOORWOORD ................................................................................................................................................................. 2 

DE CHRISTENUNIE EN DE BIJBEL ............................................................................................................................ 2 

INHOUDSOPGAVE ......................................................................................................................................................... 3 

1 BESTUUR EN FINANCIËN .................................................................................................................................... 5 

1.1 GOED BESTUUR, DICHTBIJ EN DIENSTBAAR. ......................................................................................................... 5 

1.2 VERANTWOORDELIJKHEDEN VAN OVERHEID EN BURGERS ................................................................................... 5 

1.3 RECHTVAARDIG EN GELOOFWAARDIG. ................................................................................................................ 5 

1.4 GEMEENTELIJKE KERNTAKEN .............................................................................................................................. 5 

1.5 DE GEMEENTERAAD ............................................................................................................................................. 5 

1.6 DE GEKOZEN BURGEMEESTER. ............................................................................................................................ 5 

1.7 CONTACTEN MET BURGERS EN DE ICT ................................................................................................................. 6 

1.8 INTERACTIEVE BELEIDSVORMING, INSPRAAK EN REFERENDA .............................................................................. 6 

1.9 ZELFSTANDIGHEID EN GEMEENTELIJKE VRIJHEID ................................................................................................ 6 

1.10 SAMENWERKING .................................................................................................................................................. 6 

1.11 VRIJHEID EN VERANTWOORDELIJKHEID ............................................................................................................... 6 

1.12 POLITIE ................................................................................................................................................................ 7 

1.13 BEHOUD VAN POLITIEBUREAUS ........................................................................................................................... 7 

1.14 PARTICULIERE BEVEILIGING ................................................................................................................................ 7 

1.15 VEILIGHEIDSREGIO FRYSLÂN ............................................................................................................................... 7 

1.16 BEGROTINGSCYCLUS EN TRANSPARANT FINANCIEEL BELEID .............................................................................. 7 

1.17 AUTONOOM BELASTINGGEBIED GEMEENTEN ....................................................................................................... 8 

1.18 TOERISTENBELASTING ......................................................................................................................................... 8 

1.19 KEUZE BIJ NOODZAKELIJKE FINANCIËLE MAATREGELEN ..................................................................................... 8 

1.20 VRIJSTELLINGEN .................................................................................................................................................. 8 

2 RUIMTE .................................................................................................................................................................... 9 

2.1 DE FRYSKE MARREN BIEDT NOG MEER DAN RUIMTE ........................................................................................... 9 

2.2 EFFICIËNT GEBRUIK VAN RUIMTE ......................................................................................................................... 9 

2.3 WONEN SOCIAAL EN (BOVEN)MODAAL ................................................................................................................ 9 

2.4 DEMOGRAFISCHE ONTWIKKELINGEN ................................................................................................................... 9 

2.5 HERSTRUCTURERING EN INBREIDING ................................................................................................................... 9 

2.6 OMGEVINGSWET ................................................................................................................................................ 10 

2.7 STRUCTUURVISIE EN BESTEMMINGSPLANNEN ................................................................................................... 10 

2.8 PARKEREN ......................................................................................................................................................... 10 

2.9 AUTOMOBILITEIT ............................................................................................................................................... 10 

2.10 GEEN UITBREIDING ECONOMISCHE ONTWIKKELINGSZONE ................................................................................. 10 

2.11 DORP EN BEDRIJF ............................................................................................................................................... 11 

2.12 RECREATIE DIVERS NAAR AARD EN SCHAAL ...................................................................................................... 11 

2.13 AANLEG EN ONDERHOUD VAN WEGEN EN PADEN ............................................................................................... 11 

2.14 OUDE PADEN NIEUWE WEGEN ............................................................................................................................ 11 

2.15 ONDERHOUD VAN WATERWEGEN, SLUIZEN EN BRUGGEN .................................................................................. 12 

2.16 PLATTELANDSBELEID ........................................................................................................................................ 12 

2.17 GEEN ONDERSTEUNENDE HORECA IN HET BUITENGEBIED .................................................................................. 12 

2.18 ONZE MEREN ...................................................................................................................................................... 12 

2.19 GEBIEDSVERKENNING ZUYDERZEERAND ........................................................................................................... 12 

2.20 GRONDBELEID ................................................................................................................................................... 12 

2.21 AGRARISCH SECTOR ........................................................................................................................................... 12 

2.22 INTENSIEVE NIET GROND GEBONDEN VEEHOUDERIJ ........................................................................................... 13 

2.23 VERDROGING EN BODEMDALING........................................................................................................................ 13 

2.24 SCHEPPING EN MILIEU ........................................................................................................................................ 13 

2.25 DUURZAAMHEID EN ENERGIENEUTRAAL............................................................................................................ 14 

2.26 BIO(CO)VERGISTINGINSTALLATIES .................................................................................................................... 14 

2.27 VERVUILER BETAALT ......................................................................................................................................... 14 

2.28 LIJKBEZORGING ................................................................................................................................................. 14 Verkiezingsprogramma ChristenUnie De Fryske Marren 4 

3 ECONOMIE ............................................................................................................................................................ 15 

3.1 BEDRIJVENTERREINEN ....................................................................................................................................... 15 

3.2 BEDRIJVEN INVESTERINGS ZONE (BIZ) ............................................................................................................. 15 

3.3 INKOOP- EN AANBESTEDINGSBELEID.................................................................................................................. 15 

4 SAMENLEVING .................................................................................................................................................... 16 

4.1 WELVAART EN WELZIJN ..................................................................................................................................... 16 

4.2 VRIJHEID TOT STICHTING EN RICHTING VAN SCHOLEN ....................................................................................... 16 

4.3 SPORT ALS RECREATIE ....................................................................................................................................... 16 

4.4 SOCIALE SAMENHANG ........................................................................................................................................ 16 

4.5 MUSEA EN OUDHEIDKAMER ............................................................................................................................... 17 

4.6 BEHOUD VAN MONUMENTEN EN STADS EN DORPSGEZICHTEN. ........................................................................... 17 

4.7 CULTUUR ........................................................................................................................................................... 17 

4.8 BIBLIOTHEEK EN MEDIATHEEK .......................................................................................................................... 17 

4.9 DORPSHUIZEN EN SOCIALE CULTURELE CENTRA ............................................................................................... 17 

4.10 ZORGZAME SAMENLEVING ................................................................................................................................. 17 

4.11 WELZIJN IS IETS ANDERS DAN WELVAART ......................................................................................................... 18 

4.12 KINDEROPVANG EN PEUTERSPEELZAAL ............................................................................................................. 18 

4.13 SUBSIDIËRING .................................................................................................................................................... 18 

5 SOCIAAL DOMEIN ............................................................................................................................................... 19 

5.1 WERK EN PARTICIPATIE ..................................................................................................................................... 19 

5.2 ARMOEDEBELEID ............................................................................................................................................... 19 

5.3 HET GEZIN ALS HOEKSTEEN VAN DE SAMENLEVING ........................................................................................... 19 

5.4 WET MAATSCHAPPELIJKE ONDERSTEUNING ..................................................................................................... 19 

5.5 JEUGD EN JONGERENBELEID ............................................................................................................................... 20 

5.6 OUDERENBELEID ............................................................................................................................................... 20 

5.7 GEHANDICAPTENBELEID .................................................................................................................................... 20 

5.8 MINDERHEDENBELEID ....................................................................................................................................... 20 

5.9 VOLKSGEZONDHEID ........................................................................................................................................... 21 

5.10 VOORKOMEN IS BETER DAN GENEZEN. ............................................................................................................... 21 

5.11 DRANK MAAKT MEER KAPOT DAN JE LIEF IS. ..................................................................................................... 21 

5.12 PROSTITUTIE ...................................................................................................................................................... 21 Verkiezingsprogramma ChristenUnie De Fryske Marren 5 

1 Bestuur en financiën 

1.1 Goed bestuur, dichtbij en dienstbaar. 

De samenleving wordt door een snelle ontwikkeling en verandering steeds complexer. De Christen-Unie streeft daarom naar duidelijke regelgeving, goed onderscheiden verantwoordelijkheden en vol-doende bestuurlijk en financieel instrumentarium. Zaken als openheid, eerlijkheid, verantwoordelijk-heid nemen en verantwoording afleggen maken de gemeentepolitiek sterker en herkenbaarder voor de burger. De ChristenUnie wil midden in de samenleving staan. Speciale aandacht voor weder-zijdse betrokkenheid tussen bestuur en burgers is voor de gemeente noodzakelijk. De ChristenUnie wil dienstbaar zijn aan de hele gemeente. Dat wil niet zeggen dat alles wat groepen burgers gerea-liseerd willen zien ook verantwoord is. Een gemeentebestuurder is veel meer dan een vervuller van de wensen van burgers. Dat betekent dat uiteindelijk de algemene maatschappelijke belangen bo-ven individuele belangen gaan die vervolgens hun begrenzing vinden in Gods heilzame geboden. 

1.2 Verantwoordelijkheden van overheid en burgers 

De gemeente moet haar verantwoordelijkheid durven nemen als zij haar geloofwaardigheid niet wil verliezen. Overheidsregels moeten duidelijk gecommuniceerd en ook consequent worden gehand-haafd. Gedogen is gebogen. Het gemeentebestuur moet daarom niet terugschrikken voor het treffen van bestuurlijke maatregelen waar dat nodig is. Tegelijkertijd moeten alle burgers, organisaties en bedrijven nadrukkelijk bepaald worden bij hun eigen verantwoordelijkheid. Burgers en de overheid dienen samen bij te dragen aan een veilige samenleving. Voor alle bestuurlijke organen geldt dat ze nauw betrokken moeten zijn bij wat er in de gemeente speelt en gevoeld wordt. Goed bestuur houdt ook in dat beleid geëvalueerd moet worden. 

1.3 Rechtvaardig en geloofwaardig. 

Burgemeester, wethouders, raadsleden en ambtenaren horen in hun optreden rechtvaardig geloof-waardig en transparant te zijn. Te allen tijde moeten zij verantwoording af willen en kunnen leggen van hun handelwijze. De gemeentepolitiek mag niet in dienst komen te staan van deelbelangen of partijbelangen. Een duaal gemeentebestuur dient de verschillende verantwoordelijkheden zorgvul-dig te onderscheiden. Er mag geen onduidelijkheid bestaan over bevoegdheden van de raad, col-lege van B&W en de Burgemeester. 

1.4 Gemeentelijke kerntaken 

De ChristenUnie is van mening dat er een fundamentele discussie gevoerd moet worden over wat nu eigenlijk tot de gemeentelijke kerntaken behoort en wat niet. Wanneer blijkt dat door afstoting van wat tot nu toe tot het gemeentelijk ondernemerschap hoort een duidelijke meerwaarde voor onze burgers ontstaat, dan dient dit serieus te worden overwogen. 

1.5 De gemeenteraad 

De gemeenteraad is onderdeel van de door God ingestelde overheid. Daarom is het afleggen van de eed en het openen en/of sluiten van een raadsvergadering met een moment van stil gebed of - zo mogelijk - ambtsgebed wenselijk. De gemeenteraad is het hoogste bestuursorgaan van de ge-meente. De raad is er niet slechts om aan het eind van het beleidstraject een voorstel van het college goed of af te keuren. Veel meer dan tot nu toe moet het college doelstellingen en kaders aangereikt krijgen door de raad, waarbinnen het beleid moet worden uitgevoerd. De raad moet haar controle-rende taak zeer serieus nemen. Naast raadsleden zou er, onder voorwaarden, de mogelijkheid moe-ten zijn om gebruik te maken van beëdigde commissieleden. De rekenkamer is een waardevol in-strument van de raad en deze dient daar optimaal gebruik van te maken. 

1.6 De gekozen Burgemeester. 

De ChristenUnie is geen voorstander van de gekozen Burgemeester. De Burgemeester dient boven de politiek te staan en door verkiezing geen tweede volksvertegenwoordiger met meer bevoegdhe-den naast de raad te worden. Politiek gevoelige portefeuilles horen niet bij de Burgemeester thuis. Verkiezingsprogramma ChristenUnie De Fryske Marren 6 

1.7 Contacten met burgers en de ICT 

Raadsleden moeten investeren in contacten met maatschappelijke organisaties, specifieke bevol-kingsgroepen en individuele burgers. Zonder intensieve contacten met de samenleving is daad-krachtig besturen onmogelijk. Die contacten kunnen en moeten ook via nieuwe vormen van commu-nicatie lopen (internet). De gemeentelijke ICT dient te zorgen voor een snelle adequate dienstverle-ning. De digitale dienstverlening mag echter niet te allen tijde het fysieke contact vervangen. Daar-naast moet altijd rekening worden gehouden met groepen burgers die geen gebruik willen of kunnen maken van digitale diensten. De privacy van de burgers dient ten allen tijde gewaarborgd te zijn. De twee service punten Balk en Lemmer dienen goed toegankelijk te blijven. 

1.8 Interactieve beleidsvorming, inspraak en referenda 

Burgers dienen in een vroegtijdig stadium bij de totstandkoming van beleid betrokken te worden. Een onmisbaar element hierbij is een uitvoerige en heldere informatievoorziening naar de betrokken burgers. Als de raad bepaalt dat een beleidsterrein zich hiervoor leent dient vooraf duidelijk te zijn binnen welke kaders burgers kunnen meepraten en meedenken. Om frustratie te voorkomen dient vooraf duidelijk te zijn waar hun rol eindigt en de verantwoordelijkheid van het gemeentebestuur begint. Voor de ChristenUnie is het een principieel punt dat de gemeentelijke overheid altijd de uit-eindelijke integrale afweging maakt en de knopen doorhakt. Het bewaken van de kwaliteit van het bestuurlijk proces is een taak van de raad en zij dient erop toe te zien dat alle belangen worden meegewogen. Goede inspraakprocedures hebben sterk de voorkeur boven adviserende referenda. Correctieve referenda zijn in strijd met ons kiesstelsel dat is gebaseerd op “evenredige vertegen-woordiging”. Overigens zou een bestuur dat dicht bij de bevolking staat referenda overbodig moeten maken. 

1.9 Zelfstandigheid en gemeentelijke vrijheid 

De gemeentelijke vrijheid is een van de oudste en meest solide pijlers waarop onze samenleving rust. Gemeentepolitiek staat het dichtst bij de burger en is daarbij meestal concreet zichtbaar, de burger ziet vaak met eigen ogen in de vertrouwde omgeving de resultaten van de besluitvorming. 

De ChristenUnie hecht veel waarde aan de in Nederland drie rechtstreeks gekozen bestuurslagen met duidelijke bevoegdheden. De zelfstandigheid, eigen verantwoordelijkheid en het autonome be-lastinggebied van gemeenten vormen daarbij de uitgangspunten. 

1.10 Samenwerking 

Een gemeente met een omvang als De Fryske Marren dient het aangaan van gemeenschappelijke regelingen tot het minimum te beperken. De huidige ontwikkelingen in de regio kunnen aanleiding zijn om de bestaande samenwerking en gemeenschappelijke regelingen te heroverwegen. Het col-lege dient regelmatig verantwoording af te leggen over de intergemeentelijke samenwerkingsver-banden. De democratische besluitvorming bij intergemeentelijke samenwerking dient beter op elkaar te worden afgestemd. 

1.11 Vrijheid en verantwoordelijkheid 

De ChristenUnie hecht sterk aan de grondwettelijk gewaarborgde vrijheden van de burger. Er zijn echter grenzen. De overheid als dienaresse Gods dient Bijbelse normen in de publieke ruimte te bevorderen. Burgers hebben zelf de verantwoordelijkheid anderen te respecteren en rekening te houden met elkaar. Bij het houden van openbare samenkomsten en bij andere vormen van vrije meningsuiting moet de gemeente de openbare orde, zeden, verkeersveiligheid, volksgezondheid e.d. waarborgen. De gemeente moet ook zorgen voor rust en orde in de nabijheid van plaatsen waar godsdienstige of andere wettelijk geoorloofde samenkomsten worden gehouden. Zij benut alle mo-gelijkheden om de zondagsrust te waarborgen. De ChristenUnie pleit voor extra controle op onver-antwoord rijgedrag en de daarmee gepaard gaande geluidsoverlast. De handel en gebruik van drugs neemt toe in DFM en dient hard aangepakt te worden. De nuloptie betreffende coffeeshops, wiet-kwekerijen en growshops dient gehandhaafd te blijven. Misbruik van alcoholische dranken op pu-bliek terrein dient eveneens hard aangepakt te worden. De ChristenUnie is van mening dat alle mogelijkheden benut moeten worden om vestiging van seksinrichtingen e.d. in onze gemeente te voorkomen. Vloeken moet worden ontmoedigd en waar mogelijk bestreden. Naaktrecreatie, reclame Verkiezingsprogramma ChristenUnie De Fryske Marren 7 

en kunstuitingen op openbare plaatsen die godslasterlijk, onzedelijk of kwetsend zijn moeten worden geweerd. De handhaving van de rechtsorde is één van de belangrijkste kerntaken van de gemeente. Bij de uitvoering van die taak moet de gemeente zich als een geloofwaardige, rechtvaardige en vasthoudende rechtshandhaver opstellen. De openbare of publieke ruimte is van ons allemaal, maar geweld en onveiligheid op straat, vervuiling en bijvoorbeeld grove en godslasterlijke reclame-uitin-gen ontsieren de publieke ruimte en maken hem soms onleefbaar. De overheid zal als geloofwaardig handhaver van wetten en regels moeten appelleren aan de eigen verantwoordelijkheid van burgers en hun organisaties. Een leefbare publieke samenleving vraagt om een sterk normbesef bij overhe-den en bij burgers. De tien geboden zijn heilzaam voor alle mensen. 

1.12 Politie 

De politiezorg is allereerst een lokale overheidszorg waar de burgemeester mee belast is. In de beleidscyclus voor de sturing van de politie wordt, door tussenkomst van de burgemeester, de ge-meenteraad op een zodanig moment betrokken, dat een daadwerkelijke beïnvloeding van het be-leidsplan mogelijk is. Daarbij wordt allereerst aandacht besteed aan de te behalen resultaten (kwa-liteit en kwantiteit), maar de gemeenteraad ziet ook toe op de wijze waarop de politie haar taak uitoefent in relatie tot de samenleving. Het gaat dan om factoren als bereikbaarheid, toegankelijkheid en burgergerichtheid. Dit beleid dient tevens geëvalueerd te worden. In het kader van integrale vei-ligheid heeft de gemeenteraad de mogelijkheid beleidsprioriteiten te stellen. 

1.13 Behoud van politiebureaus 

Een van de uitgangspunten bij de realisatie van het regionale huisvestingsplan politie Fryslân was dat de dienstverlening naar de bevolking niet mocht lijden onder de uitvoering van de verbouw of nieuwbouw projecten. De ChristenUnie is van mening dat de bureaus in Lemmer en Joure moeten blijven bestaan. 

1.14 Particuliere beveiliging 

Met het inschakelen van particuliere beveiligingsbedrijven moet terughoudend en zorgvuldig worden omgegaan. Initiatieven tot buurtpreventie verdienen een positieve benadering. De financiering van de politiezorg is een taak van het Rijk, bij onvoldoende politiesterkte dient de gemeente particuliere beveiligingsbedrijven in te schakelen. 

1.15 Veiligheidsregio Fryslân 

De Veiligheidsregio Fryslân, www.veiligheidsregiofryslan.nl, is een gemeenschappelijke regeling van alle Friese gemeenten en werkt aan de veiligheid en gezondheid van alle inwoners van Fryslân. De Brandweer Fryslân, www.brandweerfryslan.nl, maakt hier onderdeel van uit, net als de GGD Fryslân, www.ggdfryslan.nl. De gemeentelijke brandweerorganisaties zijn per 1 januari 2014 over-gegaan in de Brandweer Fryslân. Daarbij heeft verdere professionalisering van het brandweer-vak en ondersteunende bedrijfsvoering plaatsgevonden. De brandweer dient haar rol als operationele organisatie en als kennis- en expertise centrum op het gebied van veiligheid waar te maken. Doel-stelling daarbij is om meer en meer uit te gaan van een risicogerichte benadering. Naar mening van de ChristenUnie is de organisatie daar met het dekkingsplan “Brandweer 2.0” goed in geslaagd. De ChristenUnie pleit voor een goed toegerust en geoefend brandweerkorps met veel aandacht voor preventie. De werving van vrijwilligers moet veel aandacht blijven krijgen. Het aanstellen van (be-taalde) beroepskrachten en steeds strenger wordende opleidingseisen voor vrijwilligers bergt het gevaar in zich dat vrijwilligers gedemotiveerd raken en afhaken. Daar waar mogelijk dient de waar-dering voor vrijwillige brandweerlieden tot uiting te komen. De gemeente moet als werkgever stimu-leren en faciliteren dat gemeenteambtenaren als vrijwilliger meedoen en zo het goede voorbeeld geven. 

1.16 Begrotingscyclus en Transparant financieel beleid 

De begrotingscyclus dient zodanig te zijn ingericht dat de gemeenteraad in staat is om bijtijds het beleid bij te stellen als dat nodig is. De kadernota moet voldoende inzicht bieden in actuele ontwik-kelingen, zodat de raad de mogelijkheid heeft de speerpunten en de kaders aan te geven van het Verkiezingsprogramma ChristenUnie De Fryske Marren 8 

beleid voor de komende begroting. De begroting moet transparant en inzichtelijk zijn. De Christen-Unie kiest daarom voor een laag autorisatieniveau. De ChristenUnie pleit voor het opnemen van een voor- en najaar rapportage / bijstelling in de begrotingscyclus zodat de gemeenteraad zo nodig tijdig kan inspelen op financiële ontwikkelingen. Het vaststellen en periodiek bijstellen van een nota re-serves en voorzieningen levert eveneens een goede bijdrage aan het inzicht in de financiële positie van de gemeente. De vorming en instandhouding van reserves dient goed afgestemd te zijn op het risicoprofiel. Het uitgangspunt voor de gemeente moet een gezond en verantwoord financieel beleid zijn. Incidentele meevallers zijn niet altijd te voorzien maar dit mag niet het gevolg zijn van te ruim begroten. Als er bij het vaststellen van de begroting een lastenverzwaring wordt doorgevoerd en er vervolgens bij de presentatie van de jaarrekening incidentele meevallers blijken dient dit wel aan de burger uitgelegd te kunnen worden. Onvoorziene uitgaven mogen niet afhankelijk zijn van het saldo op de begroting, derhalve dient in de begroting een post Onvoorziene Uitgaven met een vast bedrag te worden opgenomen. 

1.17 Autonoom belastinggebied gemeenten 

Om beleid daadwerkelijk uit te kunnen voeren, zijn voldoende financiële middelen nodig. Naast de uitkering die de gemeente krijgt van het Rijk (uitkering Gemeentefonds) heft de gemeente ook be-lastingen. De ChristenUnie is van mening dat een eigen gemeentelijk belastinggebied één van de pijlers van een zelfstandig gemeentewezen is. Daarom pleiten wij voor een verruiming van het au-tonoom gemeentelijk belastinggebied, zodat de voorzieningen voor onze burgers op het gewenste peil kunnen blijven. Verruiming van het gemeentelijk belastinggebied is echter altijd afhankelijk van beperking van het gebied van rijksbelastingen, dit om te voorkomen dat de totale lastendruk (rijks- en gemeentelijke belastingen) omhoog gaat. 

1.18 Toeristenbelasting 

De ChristenUnie is tegen afschaffing van de gemeentelijke toeristenbelasting. Verhoging van de toeristenbelasting kan alleszins gerechtvaardigd zijn, toeristen maken ook gebruik van de gemeen-telijke voorzieningen. De ChristenUnie is voor een onderzoek naar de kosten die de toerist voor de gemeente meebrengt en het inzichtelijk maken van de inning en besteding van de toeristenbelasting. 

1.19 Keuze bij noodzakelijke financiële maatregelen 

De ChristenUnie stelt bij noodzakelijke maatregelen duidelijke prioriteiten. Pas wanneer bezuinigin-gen, investeringsbeperkingen of temporisering van uitgaven geen sluitende begroting in meerjaren-perspectief opleveren, kan tot verhoging van de gemeentelijke belastingen en heffingen worden overgegaan. Hierbij is het van belang dat bij de vaststelling van tarieven gekeken wordt naar de totale gemeentelijke lasten voor de burger. Deze mogen niet uit balans raken. Deze integrale bena-dering is bovendien nodig, omdat bij bepaalde taken het kostendekkende het uitgangspunt is. Risi-covol beleggen met overheidsgeld is uit den boze. 

1.20 Vrijstellingen 

De gemeente moet daar waar gemeentelijke heffingen een te grote last vormen, een vrijstellingen-beleid voeren (minimabeleid). Lokale lasten moeten wel beheersbaar en betaalbaar blijven en niet worden gebruikt om overschrijdingen te dekken (hiervoor moeten voldoende reserves en voorzie-ningen zijn gevormd). Verkiezingsprogramma ChristenUnie De Fryske Marren 9 

2 Ruimte 

2.1 De Fryske Marren biedt nog meer dan ruimte 

Een goede ruimtelijke ordening is een zaak van afwegingen tussen vele functies binnen een be-perkte ruimte. Door een groeiende bevolking, een toenemende welvaart en individualisering wordt ons land steeds voller. Dit heeft tot gevolg dat er grotere ruimteclaims zijn ontstaan voor wonen, werken, verkeer en recreatie, die veelal ten koste van de groene ruimte. Het is van belang dat de beschikbare ruimte zo verdeeld wordt dat de verschillende functies in harmonie met elkaar tot hun recht komen. De ChristenUnie hecht daarbij veel waarde aan de kwaliteit van de woonomgeving waar we tenslotte allemaal van profiteren. Onze gemeente biedt meer dan ruimte en dat moet zo blijven. 

2.2 Efficiënt gebruik van ruimte 

Hoewel de gemeente nog in de bevoorrechte positie verkeert dat zij beschikt over veel ruimte dient er sprake te zijn van een efficiënt grondgebruik. In het kader hiervan stimuleert de gemeente het ondergronds bouwen van bedrijfsruimten (zoals magazijnen etc.) die zich daarvoor lenen en het aanleggen van ondergrondse parkeerplaatsen. Inbreiding gaat voor uitbereiding. 

2.3 Wonen sociaal en (boven)modaal 

De gemeente draagt zorg voor een gedifferentieerd woningaanbod, waarbij aandacht wordt ge-schonken aan het (sociaal) huisvesten van (starters) één-, tweepersoonshuishoudens, gezinnen, senioren en gehandicapten. Om dit goed te doen is gedegen onderzoek nodig in de vorm van een woningbehoeftenonderzoek. In het kader van de krimp is de ChristenUnie van mening dat de lokale behoefte aantoonbaar en doorslaggevend dient te zijn. Woningbouw mag geen speelbal van specu-latie worden. De ChristenUnie wil zich sterk maken voor goede afspraken met woningbouwcorpora-ties om het aantal betaalbare huur- en koopwoningen in onze gemeente uit te breiden ten koste van de duurdere woningen. Gezamenlijke inspanningen in het kader van buurt/wijkbeheer, bereikbaar-heid van voorzieningen voor senioren en gehandicapten zijn een eerste vereiste. Goed verzorgd uitziende woningen zijn bijvoorbeeld belangrijk voor de leefbaarheid. Ook de aanpak van geluids-overlast valt hier onder. 

2.4 Demografische ontwikkelingen 

De ervaring leert dat men bij woningbouw vaak achter de feiten aanloopt. Op het gebied van koop of huur speelt het economisch klimaat waar we in verkeren een grote rol. Bij bouwprogramma`s dient de nodige flexibiliteit in achtgenomen te worden. Daarom is het van belang om levensloopbestendig te bouwen zodat woningen gemakkelijk geschikt gemaakt kunnen worden voor verschillende doel-groepen. Om woningen/appartementen voor starters enigszins betaalbaar te houden zal gebouwd moeten worden in meerdere lagen. De ChristenUnie zal afhankelijk van de locatie doorgaans vast-houden aan maximaal drie bouwlagen. 

2.5 Herstructurering en inbreiding 

De gemeente moet vooral aandacht besteden aan herstructurering van de oude wijken. Herstructu-rering en inbreiding zijn beleidsmatig en financieel een zwaardere opgave dan nieuwbouw, maar zal toch krachtig ter hand genomen moeten worden om de neerwaartse spiraal waarin bepaalde wijken zich bevinden te doorbreken. Met het verlenen van sloopvergunningen van kwalitatief goede wonin-gen dient het college terughoudend om te gaan. Bij her invulling van historische locaties (inbreiding) dienen bijzondere eisen aan de (gevel) architectuur te worden gesteld. Alleen als uit onderzoek blijkt dat er een aantoonbare lokale behoefte aan woningbouw in de dorpen bestaat dient de gemeente uitbreidingsplannen te realiseren. De ChristenUnie is voorstander van gefaseerd bouwen omdat dit als voordeel heeft dat er jaarlijks woningen beschikbaar komen voor jongeren/ouderen die in eigen dorp willen blijven wonen. Met gefaseerd bouwen wordt voorkomen dat in een keer grote aantallen woningen worden opgeleverd en de gemeente vervolgens door gebrek aan contingent weer jaren zonder zit. Bouwen zowel in de koop en huursector voor alle categorieën is noodzakelijk. Wanneer inbreiding niet mogelijk is dienen nieuwbouwplannen naar aard en schaal aansluitend aan de dorpen plaats te vinden. Verkiezingsprogramma ChristenUnie De Fryske Marren 10 

2.6 Omgevingswet 

Naar verwachting treedt de Omgevingswet, www.omgevingswet.nl, in 2021 in werking. Met de Om-gevingswet wil de overheid de regels voor ruimtelijke ontwikkeling vereenvoudigen en samenvoe-gen. Doel van deze wet is het eenvoudiger maken van regels en meer ruimte bieden voor participa-tie. De ChristenUnie maakt zich zorgen over de toekomstige rol van de gemeenteraad. Naar het zich laat aanzien zal deze nieuwe wetgeving ten koste gaan van de bevoegdheden en de invloed van de volksvertegenwoordiging op het ruimtelijk beleid. Met name bij het met het omgevingsplan strijdige ontwikkelingen zal de gemeenteraad minder kunnen betekenen voor de burger. De gemeente zal zich de komende jaren goed moeten voorbereiden en moeten anticiperen op de invoering van de nieuwe Omgevingswet. De gemeenteraad dient, als volks-vertegenwoordigend bestuursorgaan, bij het vaststellen van een Omgevingsvisie en het Omgevingsplan zoveel mogelijk bevoegdheden aan zich te houden. 

2.7 Structuurvisie en Bestemmingsplannen 

Tot de invoering van de Omgevingswet gelden nog de structuurvisies en bestemmingsplannen. 

In een structuurvisie worden afwegingen gemaakt voor het toekomstig ruimtelijk beleid. Daarin die-nen keuzes te worden gemaakt over de gewenste ruimtelijke ontwikkeling op de lange termijn met als doel de kwaliteit van de gemeentelijke leefomgeving te verhogen. Het is het richtinggevende document waarin op hoofdlijnen voor overheden, maatschappelijke organisaties, private partijen en burgers duidelijk wordt welk ruimtelijk beleid de gemeente, provincie of het Rijk nastreeft. Bij het ontwikkelen van structuurvisies is een open dialoog met de samenleving van belang. 

Het bestemmingsplan is het juridische zwaartepunt van het ruimtelijke beleid. Met behulp van het bestemmingsplan moet de leefbaarheid van dorpen en wijken worden bevorderd. Oude bestem-mingsplannen moeten getoetst worden aan nieuwe ontwikkelingen en digitaal beschikbaar komen. De gemeenteraad dient bij nieuwe bestemmingsplannen vooraf duidelijke kaders te stellen. Met het opstellen van bestemmingsplannen dient tevens rekening gehouden te worden historische waarde van panden en beeldbepalende dorpsgezichten. 

2.8 Parkeren 

Het autobezit neemt nog steeds toe, waardoor het tekort aan parkeerplaatsen steeds groter zal wor-den. De gemeente moet een duidelijk parkeerbeleid hebben dat ook echt gehandhaafd wordt. De ChristenUnie is geen voorstander van betaald parkeren. Lang parkeren in de centra moet beperkt worden. Voor lang parkeren dienen speciale parkeerplaatsen beschikbaar te zijn. In nieuwe wijken wordt bij het realiseren van parkeervoorzieningen zoveel mogelijk uitgegaan van parkeren op eigen grond. Versterking van functies binnen de bebouwde kom mogen niet leiden tot het opofferen van de bestaande publieke (groene) ruimte en parkeerplaatsen. Ontwikkelaars dienen daarvoor op of onder eigen grond mogelijkheden te scheppen. Centrale ondergrondse parkeervoorzieningen kun-nen tevens overwogen worden. De CROW normen (Centrum voor Regelgeving en Onderzoek in de Grond-, Water- en Wegenbouw en de Verkeerstechniek) dienen consequent gehanteerd te worden met als uitgangspunt de ontwikkelaar betaald. 

2.9 Automobiliteit 

Het milieu en de verkeersveiligheid staan beiden onder druk van de nog steeds toenemende auto-mobiliteit. Daarom verdient het de aanbeveling delen van de gemeente die daarvoor in aanmerking komen autoluw te maken door sluipverkeer en doorgaand verkeer in woongebieden te ontmoedigen. 

2.10 Geen uitbreiding economische ontwikkelingszone 

Gemeentes zullen in het kader van regionale samenwerking steeds meer moeten overleggen wat gemeentes voor elkaar kunnen betekenen en welke kwaliteiten men in huis heeft. Onze gemeente zal keuzes moeten maken; Inzetten op nog meer bedrijventerreinen of inzetten op andere kwaliteiten die onze gemeente te bieden heeft. Een keuze voor beide zal in de toekomst een verkeerde blijken te zijn. De ChristenUnie is van mening dat gezien de kwaliteiten die de gemeente heeft op het gebied van wonen en recreatie niet moet inzetten op nieuwe grootschalige industriële bedrijvigheid. Het bieden van werkgelegenheid dient een voorwaarde te zijn bij het vestigen van nieuwe bedrijven. Verkiezingsprogramma ChristenUnie De Fryske Marren 11 

2.11 Dorp en Bedrijf 

Voldoende en meer diverse kleinschalige werkgelegenheid is een belangrijke bijdrage aan de soci-ale kwaliteit op het platteland en in de dorpen. Het is belangrijk de zorgvoorzieningen in stand te houden, woon, winkel en vervoersvoorzieningen te versterken en nieuwe functies aan het platteland toe te voegen. Het in stand houden van voorzieningen kan tevens een positieve bijdrage leveren aan het terugdringen van de automobiliteit. Bij aantoonbare behoefte kan bij de dorpen naar aard en schaal een kleinschalig bedrijventerrein worden aangelegd mits die een binding met het platte-land hebben. Een goede landschappelijke inpassing is een eerste vereiste. 

2.12 Recreatie divers naar aard en schaal 

Naast wonen en werken biedt onze mooie gemeente ook nog ruimte voor recreatie en toerisme. In een snel veranderende samenleving met overvolle agenda`s en het veel gehoorde druk, druk, druk, is het een groot voorrecht dat de mens nog mogelijkheden heeft om tot rust te komen. Onze ge-meente biedt rust en ruimte, en dat moet ook zo blijven. In de optiek van de ChristenUnie is de aanwezigheid van rust en ruimte een eerste vereiste om te kunnen recreëren. De ChristenUnie is van mening dat een kwalitatieve matige groei acceptabel is. Kleinschalige recreatieve ontwikkelin-gen zijn acceptabel mits de recreatieve druk ondergeschikt blijft aan de dorpen. Ontwikkelingen aan het water dienen binnendijks gerealiseerd te worden. Bij nieuwe initiatieven voor toeristische ver-blijfsaccommodatie en voorzieningen dienen de bestaande voorzieningen in acht genomen te wor-den. Te veel van hetzelfde is niet wenselijk, het aanbod moet diversiteit en variëteit kennen. In het kader van de toeristische diversiteit zijn slechtweervoorzieningen van belang. 

2.13 Aanleg en onderhoud van wegen en paden 

Het gemeentebestuur is mede verantwoordelijk voor aanleg en onderhoud van wegen, fiets- en voetpaden. De ChristenUnie laat zich in het kader van een effectief verloop van verkeer binnen de gemeente leiden door drie criteria: veiligheid, leefbaarheid en milieuvriendelijkheid. Een goede en moderne infrastructuur is van belang voor de ontwikkeling van de gemeente. Dat betekent: naden-ken over en een visie ontwikkelen op onderwerpen als verkeersveiligheid, bereikbaarheid van voor-zieningen, parkeren, onderhoud van wegen, vermindering automobiliteit, bevordering openbaar ver-voer en wandel- en fietsverkeer. Hierbij is blijvende en toenemende aandacht nodig voor de mobiliteit van (school)kinderen, ouderen en gehandicapten. Overzichtelijkheid en eenduidigheid van de we-genstructuur komen de verkeersveiligheid ten goede. Bij onveilige kruisingen hebben rotondes de voorkeur boven verkeerslichten. Een belangrijk aandachtspunt bij het nemen van snelheid beper-kende maatregelen, de functiewijziging of afsluiting van wegen zijn de gevolgen voor de hulpdien-sten en het openbaar vervoer. Het principe ‘iedere seconde telt’ is voor huisartsen, ambulances, brandweer en burgers zelf van belang. Wanneer bepaalde verkeersmaatregelen (zoals de aanleg van verkeersdrempels) leiden tot veel te lange aanrijdtijden wordt heel nadrukkelijk naar alternatie-ven omgezien. Om een goede toegankelijkheid en bereikbaarheid te optimaliseren of te garanderen wordt periodiek overleg gevoerd met de hulpdiensten. Van dat overleg wordt verslag gedaan aan de gemeenteraad. Naast het onderhoud van de wegen is ook het schoonhouden daarvan het hele jaar door voor de burgers belangrijk. Voor het planmatig onderhoud van de wegen dient de gemeente-raad een wegenbeheersplan vast te stellen. De ChristenUnie pleit er voor kabelleggers aansprakelijk te stellen voor de slechte herstelwerkzaamheden nadat de kabels gelegd zijn. Dat houdt tevens in dat er naast een coördinerende rol van de gemeente en harde afspraken een effectief gemeentelijk toezicht op de uitvoering van dat herstel moet worden uitgeoefend. Aquaducten onder de Zijlroede en het PM-kanaal in Lemmer en de Skarsterlân Rien (A6) blijven nog wel op het wensenlijstje van de ChristenUnie staan. 

2.14 Oude paden nieuwe wegen 

Oude paden en tracés zoals de oude tramlijn van Lemmer via Doniaga naar Sint Nicolaasga worden waar mogelijk geschikt gemaakt voor route gebonden recreatie (wandelen en fietsen). Hierbij kan aangesloten worden bij provinciale initiatieven. Het plaatsen van extra picknick bankjes langs de (fiets)routes biedt de toeristen nog meer de gelegenheid eens even rustig te genieten van ons mooie landschap. Daarbij kan het educatieve aspect een meerwaarde voor de toerist betekenen. Te den-Verkiezingsprogramma ChristenUnie De Fryske Marren 12 

ken valt aan de aanleg van een historische hoofdstructuur door onze gemeente met informatiepla-quettes op locaties met een historische betekenis. De ChristenUnie hecht veel waarde aan deze goedkope milieuvriendelijke vorm van recreatie, immers iedereen, ook mensen die niet zoveel te besteden hebben kunnen hiervan genieten. 

2.15 Onderhoud van waterwegen, sluizen en bruggen 

Het onderhoud van waterwegen havens en sluizen vormen voor de gemeente jaarlijks een fikse kostenpost. De inkomsten staan daarbij niet in verhouding tot de lasten. Afschaffing van de brug en sluis gelden is voor de ChristenUnie alleen bespreekbaar als dit provinciaal geregeld wordt en de gemeente wordt gecompenseerd. Het instellen van baggerfondsen bij nieuwbouwplannen verdient aanbeveling. 

2.16 Plattelandsbeleid 

Belangrijke doelen van het plattelandsbeleid zijn sociale kwaliteit en welzijn, waarbij een evenwicht wordt gezocht tussen economische vitaliteit en ecologische kwaliteit. 

2.17 Geen ondersteunende horeca in het buitengebied 

De ChristenUnie is geen voorstander van ondersteunende horeca in het buitengebied. Tegen ille-gale horeca gelegenheden dient handhavend te worden opgetreden, daarmee wordt oneerlijke con-currentie met de plaatselijk gevestigde horeca, die aan strenge regelgeving moet voldoen voorko-men. 

2.18 Onze meren 

Onze Meren, waarvan het Tjeukemeer de grootste is, leveren een belangrijke bijdrage aan de rust en ruimte beleving van de toerist en dat dient zo te blijven. Om het open landschappelijk karakter zoveel mogelijk te behouden dienen kleinschalige ontwikkelingen aan de zuidoever van het Tjeuke-meer aansluitend de kleine kernen en binnendijks of op het vaste land plaats te vinden. Ontwikke-lingen op de noordoever dienen te worden afgewezen. De ChristenUnie pleit voor een fiets/wandel-pad over de dijk rond het Tjeukemeer. 

2.19 Gebiedsverkenning Zuyderzeerand 

De ChristenUnie is van mening dat voor de lange termijn het grensgebied van onze gemeente en de Noordoostpolder mogelijk kansen voor wonen, recreatie en toerisme biedt. Vooral de aanleg van een Randmeer en/of een vaarweg naar het Tjeukemeer zou een extra dimensie aan dit grensgebied kunnen toevoegen en het PM kanaal kunnen ontlasten van de recreatievaart. De ChristenUnie zal zich blijven inzetten voor bestuurlijk overleg met de partners. 

2.20 Grondbeleid 

De hoogconjunctuur van de afgelopen jaren heeft er toe geleid dat veel gemeenten een actief ge-meentelijk grondbeleid gevoerd hebben en door de crisis in de woningmarkt geconfronteerd worden met hoge kapitaallasten. De ChristenUnie is een voorstander van een goede mix van facilitair- en actief grondbeleid. Bij uitzondering en wanneer het algemeen belang dit noodzakelijk maakt moet de Wet Voorkeursrecht Gemeenten toegepast worden om in bezit van grond te komen. De gemeente moet op strategische en rechtvaardige wijze gebruik maken van instrumenten met betrekking tot het kostenverhaal (grex-wet), zodat ‘zwakkere’ ruimtelijke functies kunnen worden gefinancierd uit ‘ster-kere’ functies. 

2.21 Agrarisch sector 

Het aantal agrariërs dat zijn werkzaamheden (al dan niet gedwongen) beëindigt, neemt helaas toe. Agrariërs voorzien in de eerste levensbehoefte van de mens en zijn de beheerders van de groene ruimte bij uitstek. Door de afname van de agrarische werkgelegenheid staat de economische basis en de leefbaarheid van het landelijk gebied onder druk. Deze ontwikkeling creëert bedreigingen voor de agrarische sector, maar biedt ook kansen. Combinatie van agrarische activiteiten met het beheer van natuur- en landschapswaarden is zo`n kans. De leefbaarheid en vitaliteit van het landelijke ge-bied en de dorpen moet behouden en waar nodig verbeterd worden. Een verbreding door nieuwe Verkiezingsprogramma ChristenUnie De Fryske Marren 13 

en passende activiteiten in vrijkomende boerderijen is wenselijk. Om de leefbaarheid op het platte-land te behouden dient de koppeling tussen woonfunctie en bedrijfsbestemming zoals vanouds te blijven bestaan. De consequenties van dergelijke functieveranderingen of van nieuwe activiteiten moeten echter vooraf goed overwogen worden, er mag geen wildgroei ontstaan. De ChristenUnie denkt daarbij niet alleen aan de gevolgen voor het milieu en de eventuele verkeer aantrekkende werking, maar ook aan de gevolgen voor de identiteit van de dorpen. Een te grote toestroom van, bijvoorbeeld, toeristen kan deze identiteit teveel aantasten. Ondersteunende Horeca hoort niet in het buitengebied thuis. 

Teelt van gewassen zoals lelies veroorzaken veel overlast voor omwonenden vanwege het gebruik van bestrijdingsmiddelen en stofontwikkeling etc. In het kader van de volksgezondheid dient de ge-meente daar waar mogelijk naar oplossingen te zoeken om teelt van gewassen die deze overlast veroorzaken uit de omgeving van de bebouwde kom te weren. 

2.22 Intensieve niet grond gebonden veehouderij 

Voor nieuwe bedrijven in de categorie niet grondgebonden intensieve veehouderij is in onze ge-meente geen ruimte. Uitbreiding van de bestaande bedrijven kan alleen in het belang van een dier-vriendelijker bedrijfsvoering mits het aantal diereenheden als gevolg van uitbreiding niet toeneemt. Ontwikkelingen in dit kader zoals bijvoorbeeld het nieuwe Bestemmingsplan Buitengebied Noord (gebied voormalig deel Skarsterlân) juicht de ChristenUnie toe. 

2.23 Verdroging en bodemdaling. 

Bodembeheer en bodemkwaliteit zijn onlosmakelijk verbonden met de kwaliteit en de kwantiteit van het water. Water was in het verleden een ordenend principe en zal dat in de toekomst om meerdere redenen ook zijn. De gemeente dient vervuiling, verdroging en bodemdaling die een aanslag plegen op natuur, infrastructuur en de bebouwing tegen te gaan. De effecten van bodemdaling ten gevolge van de peilverlagingen zijn in onze gemeente goed zichtbaar. De gevolgen zijn zichtbaar door scheu-ren in verzakte huizen, tuinen, aan de infrastructuur en de ongelijk liggende landbouwpercelen. Alles wat op houten palen is gefundeerd zakt in de loop der jaren weg. Bodemdaling is inmiddels ook in onze gemeente een actueel thema. Het peilbeheer door Wetterskip Fryslân, www.wetterskipfrys-lan.nl, en de grondwaterstanden bepalen in belangrijke mate de droogstand en bodemdaling. Hoe dieper wordt ontwaterd, hoe sneller het maaiveld zakt en ook de gemeente te maken krijgt met schade aan de infrastructuur. Huiseigenaren hebben te maken met een structurele droogstand van hun houtenpaalfunderingen waardoor paalrot is ontstaan. De gedupeerden worden geconfronteerd met duizenden euro`s aan schade. De gemeente dient alles in het werk te stellen om het Wetterskip Fryslân en andere overheden te overtuigen dat verdere verdroging en bodemdaling moet worden tegen gegaan. Met de recente plannen van Vermilion, www.vermilionenergy.nl, om over te gaan tot gaswinning kan alleen akkoord gegaan worden als aan de door de gemeente gestelde voorwaarden wordt voldaan en de omgekeerde bewijslast geldt. Uitbetaling van eventuele schade dient voor de toekomst gegarandeerd te zijn. De ChristenUnie is geen voorstander van het winnen van (scha-lie)gas. 

2.24 Schepping en milieu 

In onze welvaartsmaatschappij lijkt de zorg voor de schepping ondergeschikt aan de economie te zijn geworden. Christenen geloven dat de God van de Bijbel de Schepper is van hemel, zee en aarde, van alle mensen, dieren en gewassen. Maar een milieu en natuuropvatting die bedoelt dat het schepsel boven de Schepper geëerd wordt en daardoor verwordt tot een religie op zich is niet die van de ChristenUnie. De zorg voor een goed milieu is inherent aan de opdracht om goede rent-meesters van Zijn Schepping te zijn. Daar waar het ons natuurlijk milieu betreft wil de ChristenUnie duidelijke keuzes maken, landschappelijk juist ingepast. In dat kader verdienen alternatieven om energie op te wekken een positieve benadering. De ChristenUnie juicht participatie van burgers in dergelijke projecten toe en zet zich in voor bescherming van de natuurlijke condities en milieuhygi-ëne (bestrijding van het broeikaseffect, aantasting van bossen, uitsterven van dieren en planten) vraagt inspanning van allen en een duidelijk overheidsoptreden. Verkiezingsprogramma ChristenUnie De Fryske Marren 14 

2.25 Duurzaamheid en energieneutraal 

De ChristenUnie streeft naar een energie neutrale en meer duurzame gemeente. De nieuwe Omge-vingswet betreft niet alleen het ruimtelijk domein maar heeft ook raakvlakken met het sociale- en het gezondheidsdomein. De gemeente dient alles in het werk te stellen om de richtinggevende doelstel-lingen met als thema`s, energie, grondstoffen, water, groen /natuur en sociaal op het gebied van eigen organisatie, bedrijven, onderwijs, wonen en zorg, welzijn en sport in 2030 te halen. In het bijzonder met de doelstelling om de eigen organisatie te verduurzamen heeft de gemeente een voor-beeldfunctie. De behaalde resultaten dienen dan ook jaarlijks gepubliceerd te worden. Omdat een duurzaamheidvisie geen statisch geheel is dient deze inclusief het uitvoeringsprogramma jaarlijks geëvalueerd te worden en opnieuw door de raad te worden vastgesteld. 

2.26 Bio(co)vergistinginstallaties 

Vanwege de enorme externe aanvoer van grondstoffen (co-substraten) en de risico`s voor de leef-omgeving is de ChristenUnie geen voorstander van bio(co)vergistinginstallaties. 

2.27 Vervuiler betaalt 

Het principe ‘de vervuiler betaalt’ moet ook op gemeentelijk niveau zijn uitwerking krijgen. Daar is een eerlijk, rechtvaardig instrument voor nodig waarbij grote ‘producenten’ van afval meer betalen dan kleine. Dit geldt vooral voor bedrijven. Dat het grofvuil door een kringloopwinkel wordt opgehaald in onze gemeente is een prima zaak. Dit kan een bijdrage leveren aan hergebruik van goederen en daarmee de afname van grof vuil. De ChristenUnie wil de burger bewust blijven maken van de ge-volgen van het eigen handelen voor het milieu. Door voorlichting en concrete maatregelen (bijvoor-beeld premies) kunnen mensen aangezet worden tot gedragsverandering. 

2.28 Lijkbezorging 

Het gemeentebestuur zorgt voor voldoende gelegenheid om mensen te begraven. Uit piëteit met de overledenen, maar ook voor de rouwverwerking van de familie dienen nabestaanden/ rechthebben-den de keuze te hebben om voor het verlengen van grafrechten te kiezen. Begraafrechten dienen overeen te komen met in de omgeving geldende tarieven. Verkiezingsprogramma ChristenUnie De Fryske Marren 15 

3 Economie 

3.1 Bedrijventerreinen 

De ChristenUnie pleit voor behoud van de bestaande bedrijvigheid in De Fryske Marren. Een be-hoedzame geconcentreerde matige groei in de toekomst is acceptabel. Bestaande bedrijven mogen door gemeentelijke structuurvisies niet gedemotiveerd raken om te investeren. Te transformeren gebieden die in de toekomst in aanmerking kunnen komen voor woningbouw en recreatie mogen geen belemmering zijn voor de bedrijfsvoering van bestaande bedrijven in de nabije omgeving. Ui-teraard dient er een alternatieve locatie voor de daar gevestigde bedrijven binnen onze gemeente voorhanden te zijn. Daarbij zijn wij van mening dat er op de bestaande bedrijventerreinen voldoende ruimte is om te bouwen en zijn we vooralsnog geen voorstander van nieuw te ontwikkelen bedrij-venterrein. Ook dienen de huidige bedrijventerreinen in goede conditie gehouden te worden, dit in samenwerking met de ondernemers. 

Het natmaken van bedrijventerreinen met overslag faciliteiten kan een meerwaarde opleveren. Een goede ontsluiting richting de A6–A7 is tevens een eerste vereiste. 

3.2 Bedrijven Investerings Zone (BIZ) 

Het faciliteren van winkeliersverenigingen om de contributie te innen via opcenten op de OZB om zo ook de niet leden verplicht mee te laten betalen is volgens de ChristenUnie geen overheidstaak. Ondernemers en winkeliers zijn volgens de ChristenUnie heel goed in staat om een eigen afweging te maken en verantwoordelijkheid te nemen. Als zij ervoor kiezen geen lid te zijn van een winkeliers-vereniging dan zullen zij daar, al dan niet van principiële aard, een goede reden voor hebben. Het is geen taak voor de overheid om de ontvangen opcenten dan als vorm van subsidie door te sluizen naar de winkeliersvereniging. 

3.3 Inkoop- en aanbestedingsbeleid 

Ondernemers die aandacht besteden aan “Social Return” verdienen een grotere kans bij inkoop en aanbesteding. De inkoop van de gemeente dient zoveel mogelijk lokaal en/of regionaal plaats te vinden. 

4 Samenleving 

4.1 Welvaart en welzijn 

De afgelopen jaren is wel gebleken dat materiële voorspoed en een goed ontwikkeld economisch leven geen vanzelfsprekendheid is. Het is een zegen wanneer menselijke arbeidsinspanning vrucht draagt. Dat geeft persoonlijke voldoening en het is belangrijk voor de ontwikkeling van de samenle-ving als geheel. Economische activiteit is noodzakelijk om talenten van mensen aan te wenden ten goede voor de samenleving. De ChristenUnie wil de gemeente, organisaties en bedrijven (ook de agrarische bedrijven!) dan ook aansporen duurzaam, milieuvriendelijk, energiezuinig en maatschap-pelijk verantwoord te handelen. De economische, sociale en culturele dynamiek van de samenleving kunnen een hoge tol eisen in de persoonlijke levenssfeer. Teveel mensen hebben/krijgen last van psychische problemen, arbeidsongeschiktheid en stress. De mens dient niet in dienst van de eco-nomie te staan en daarom is de ChristenUnie tegen een 24-uurs-economie. De samenleving zou haar collectieve rustmomenten moeten koesteren en verdedigen. 

4.2 Vrijheid tot stichting en richting van scholen 

Voor de ChristenUnie is constructieve samenwerking met en tussen alle partijen belangrijk. Voor de scholen worden de grenzen echter wel bepaald door hun grondwettelijke autonomie die is vastge-legd in de vrijheid van onderwijs. Leidraad dient te zijn dat elke burger zijn/haar door God gegeven gaven en talenten mag ontwikkelen om die in te zetten voor een samenleving die gericht is op de eer van God en dienstbaarheid aan elkaar. De gemeente moet zorg dragen voor een zo compleet mogelijke en goed bereikbare onderwijsinfrastructuur, dichtbij de mensen. Omdat onderwijs in het verlengde ligt van de opvoeding door ouders respecteert de gemeente het grondwettelijk recht van vrijheid tot stichting en inrichting van onderwijs. De gemeente moet met het oog op leefbaarheid zorgen voor een goede spreiding van scholen in wijken en dorpen. De ChristenUnie is van mening dat het brede scholen-concept - hoewel hiervan meerdere varianten bestaan - niet zondermeer overal toepasbaar is of een meerwaarde oplevert. Veel taken die binnen het brede school-concept vallen dienen o.i. door de ouders zelf en door de maatschappelijk verbanden opgepakt te worden. De gemeente heeft een coördinerende functie in het voorkomen en bestrijden van de gevolgen van onderwijsachterstand. De gemeente moet in overleg met alle scholen – als onderdeel van een totaal achterstandsbeleid – een onderwijsachterstandsbeleid opstellen. Een goede communicatie en sa-menwerking met jeugdzorg- en welzijnsinstellingen is hierbij van belang. 

4.3 Sport als recreatie 

In onze gehaaste maatschappij heeft de mens meer dan ooit behoefte aan recreatie. Sport kan een belangrijke rol spelen bij het lichamelijke en psychisch welbevinden. De taak van het gemeentebe-stuur ten aanzien van sport en recreatie is in de eerste plaats voorwaardenscheppend. Dit betekent dat van de gebruikers een bijdrage wordt verwacht die in redelijke verhouding staat tot de kosten en tot het inkomen van de ouders (op zijn minst moeten er tegemoetkomingen zijn voor minima). De ChristenUnie is geen principieel tegenstander van privatisering van sportvelden. 

Soberheid, doelmatigheid en veiligheid zijn belangrijke uitgangspunten bij het realiseren van sport-accommodaties en wedstrijdvelden. NOC*NSF normen zijn voor de ChristenUnie niet op voorhand bepalend. Normen ten aanzien van (brand)veiligheid worden echter wel streng gehanteerd. Bij het aanleggen en bouwen van sportaccommodaties wordt gestreefd naar een zo groot mogelijke func-tionaliteit. Sportkantines mogen echter geen tweede dorpscafé worden. Alcohol hoort in sportkanti-nes niet thuis. 

4.4 Sociale samenhang 

In deze tijd van individualisering lijken mensen steeds minder enthousiast te worden om zich vrijwillig in te zetten voor het besturen van sportverenigingen en het verlenen van hand en spandiensten. Mede door de hoge arbeidsparticipatie haken steeds meer vrijwilligers af. Een vrijwilligerscentrale kan een belangrijke rol spelen om mensen met elkaar in contact te brengen. De gemeente dient zelfwerkzaamheid bij sportverenigingen te stimuleren. Er dient rekening mee gehouden te worden dat toenemende regelgeving voor vrijwilligers demotiverend kan werken. Verkiezingsprogramma ChristenUnie De Fryske Marren 17 

4.5 Musea en oudheidkamer 

Het beschikbaar stellen van historische informatie en materiaal is van belang voor eigen bevolking maar kan tevens een belangrijke bijdrage leveren aan de promotie van onze mooie gemeente met zijn rijke historie. Subsidieverlening aan de Musea en Oudheidkamer in onze gemeente is van be-lang om het erfgoed voor het nageslacht te bewaren. 

4.6 Behoud van monumenten en stads en dorpsgezichten. 

In de loop der decennia is in sommige dorpen veel beeldbepalende architectuur verloren gegaan. De ChristenUnie is van mening dat kritisch moet worden omgegaan met het verlenen van sloopver-gunningen, advies van de Stichting dorpsbehoud is daarbij onontbeerlijk. De instelling van een ge-meentelijke monumentenlijst is een goede zaak en verplicht de gemeente daarin een actief beleid te voeren De ChristenUnie plaatst daarbij wel de kanttekening dat bij de vaststelling van de lijst niet alleen op de monumentale aspecten gelet wordt, maar ook op de belangen van de eigenaar. Het-zelfde geldt voor beschermde stads- en dorpsgezichten en beeldbepalende gezichten in het buiten-gebied. Het monumentale karakter van ons “funeraire erfgoed” verdiend eveneens aandacht. Toet-sing en behoud van cultuurhistorische waarden van oude begraafplaatsen op het gemeentelijk grondgebied is van belang. Bescherming van het culturele erfgoed is goed, maar bij elke beslissing moet een nuchtere integrale afweging van belangen plaatsvinden. 

4.7 Cultuur 

Kunstzinnige vaardigheden behoren tot de gaven die God aan mensen geeft. De gemeente stimu-leert burgers hun artistieke capaciteiten te ontplooien en de bevolking te genieten van kunst en cultuur. Voorzieningen dienen een zo breed mogelijk draagvlak te hebben. De ChristenUnie vindt dat culturele vorming een waardevol deel van het leven kan zijn. Kunst en cultuur verdienen een grote uitingsvrijheid, maar de gemeente moet toch wel grenzen hanteren op het gebied van zede-lijkheid, discriminatie en godslastering. Van de deelnemers moet ook een redelijke bijdrage worden gevraagd. Subsidieverlening aan instellingen e.d., die allerlei cursussen op het gebied van creativi-teitsontwikkeling verzorgen kan slechts aanvullend zijn. 

4.8 Bibliotheek en mediatheek 

Een goede bibliotheek is een verrijking van het culturele leven in de gemeente. De bibliotheken maken deel uit van de Bibliotheken Mar en Fean, www.bibliothekenmarenfean.nl. Uitgangspunt moet zijn dat de bibliotheken onze inwoners een goede toegang kan blijven bieden tot een vrije, laagdrempelige informatieverstrekking, vooral door middel van boeken voor de burgers, gericht op culturele en educatieve ontwikkeling en maatschappelijke vorming. Het verstrekken van (digitale) informatie en het uitlenen van boeken moet de hoofdfunctie blijven van de (school) bibliotheek en mediatheek. In deze tijd waarin wel eens gesproken wordt van een ‘beeldcultuur’ is het juist van belang dat mensen en in het bijzonder kinderen ook de tijd en de rust vinden om een boek te lezen. Er moet naar gestreefd worden dat de boeken, cd’s, video’s, affiches, tentoonstellingen e.d. niet aanstootgevend, gezagsondermijnend of anderszins in strijd met de goede zeden zijn. Bij internet-voorzieningen wordt gekozen voor gefilterd Internet. Omdat de bibliotheek een openbare voorzie-ning is, moet het lidmaatschap van de bibliotheek voor iedereen mogelijk zijn. Voor het gebruik van de internetvoorzieningen mag een redelijke bijdrage van de gebruiker gevraagd worden. 

4.9 Dorpshuizen en Sociale culturele centra 

Dorpshuizen en Sociale culturele centra of buurthuizen zijn vaak een plaats van ontmoeting voor de wijk of het dorp. Dit stimuleert de sociale cohesie die in tegenstelling tot de steden gelukkig op het platteland nog aanwezig is. De ChristenUnie hecht veel waarde aan een bloeiend gemeenschaps-leven. Het mag overigens niet zo zijn dat gesubsidieerde buurthuizen of dorpshuizen zorgen voor concurrentievervalsing met plaatselijke horecaondernemers. 

4.10 Zorgzame samenleving 

De kwaliteit van de Lokale gemeenschap is meer dan het beschikbaar stellen van extra middelen aan tal van voorzieningen. Vanuit de Bijbelse basis hecht de ChristenUnie aan een samenleving Verkiezingsprogramma ChristenUnie De Fryske Marren 18 

waarin mensen zorg dragen voor elkaar. Sociale cohesie is – zeker in deze individualistische, mul-ticulturele en materialistische maatschappij – van groot belang. Veel mensen kunnen helaas niet voldoende terugvallen op hun omgeving. Dan komt de maatschappelijke taak van de gemeente om de hoek kijken. Het gemeentebestuur moet niet alles willen regelen. Zoveel mogelijk moet aan het particuliere initiatief worden overgelaten. Er kunnen echter beleidsterreinen zijn waar de gemeente wel het initiatief moet nemen. 

4.11 Welzijn is iets anders dan welvaart 

De ChristenUnie is ervan overtuigd dat de basis voor gezonde menselijke verhoudingen ligt in de liefde tot God en de naaste. Van daar uit gaan mensen zich verantwoordelijk voelen voor het wel-zijn van zichzelf en anderen. Juist in deze tijd van individualisering ligt er voor de gemeente een uitdaging mensen enthousiast te maken zich vrijwillig in te zetten in verschillende verbanden. Mede door de hoge arbeidsparticipatie haken steeds meer vrijwilligers af. Vrijwilligers en mantel-zorgers zijn van onschatbare waarde binnen onze samenleving. Daarom wil de gemeente vrijwilli-gerswerk niet moeilijker maken door extra regels of beperkingen. Vrijwilligers kunnen, indien nodig, een gratis Verklaring Omtrent Gedrag (VOG) verkrijgen. Dagbesteding en respijtzorg zijn belangrijk om overbelasting van mantelzorgers te voorkomen. De gemeente streeft naar een ruim aanbod in mantelzorgondersteuning, waaronder een respijtvoorziening, en wijst zij mensen die mantelzorger zijn of worden actief op de mogelijkheid tot ondersteuning. 

Keerzijde van onze materiële welvaart is de toenemende eenzaamheid. Juist op het terrein van welzijn, cultuur, sport en recreatie liggen kansen burgers met elkaar in contact te brengen. De ge-meente richt zich daarbij op het zoveel mogelijk voorkomen van tweedeling in de samenleving tussen rijk en arm, oud en jong, mensen met betaald werk en zonder betaald werk. 

4.12 Kinderopvang en peuterspeelzaal 

Kinderopvang, waaronder ook de voor en buitenschoolse opvang, behoort in de eerste plaats tot de verantwoording van de ouders. De rol van de gemeentelijke overheid richt zich vooral op de controle van kwaliteit, veiligheid en hygiëne. Peuterspeelzalen bieden de mogelijkheid peuters te laten spelen met leeftijdgenootjes. Hoewel peuterspeelzalen een nuttige functie kunnen vervullen, vindt de Chris-tenUnie dat de realisatie en instandhouding van de peuterspeelzalen vooral aan het particuliere initiatief moet worden overgelaten. Uitgangspunt is dat een kostendekkend tarief wordt gehanteerd. 

4.13 Subsidiëring 

Bij het verlenen van subsidies moet altijd goed voor ogen staan dat beschikt wordt over gemeen-schapsgeld. Een zuinig en verantwoord beheer is daarom geboden. Het subsidiebeleid van de ge-meente moet erop gericht zijn burgers te stimuleren hun gaven zo goed mogelijk ten dienste van hun Schepper en anderen te ontplooien. Subsidies zijn slechts aanvullend op particulier initiatief. Uitgangspunten bij subsidiering zijn: 

- de te subsidiëren activiteiten behoren duidelijk omschreven te zijn; 

- activiteiten moeten door de particulieren zelf voldoende ondersteund worden (o.a. met redelijke eigen bijdragen); 

- subsidies moeten beperkt blijven tot activiteiten die worden georganiseerd vanuit of in het belang van de plaatselijke bevolking; 

- subsidies worden alleen verleend aan instellingen die aantoonbare betekenis hebben voor de sa-menleving; 

- de te subsidiëren activiteiten zijn voor iedereen toegankelijk; 

- te subsidiëren activiteiten mogen niet in strijd zijn met christelijke waarden en normen, met het recht of de goede zeden; 

- in de subsidievoorwaarden mag echter geen inbreuk worden gemaakt op de vrijheid van godsdienst of daaruit voortvloeiende grondwettelijke vrijheden; 

- van de besteding van de subsidie moet verantwoording worden afgelegd; 

- terugvordering of sanctie zal plaatsvinden bij schending van afspraken; 

- subsidies worden periodiek geëvalueerd. Verkiezingsprogramma ChristenUnie De Fryske Marren 19 

5 Sociaal Domein 

5.1 Werk en participatie 

Er wordt een beroep gedaan op de eigen kracht en de eigen verantwoordelijkheid van de samenle-ving en haar burgers. Dat mag er echter niet toe leiden dat het overheidsvangnet voor de zwakken in de samenleving verdwijnt. Bij het uitvoeren van de Participatiewet staat het streven naar werk voorop maar dat mensen ook rond moeten komen mag niet uit het oog worden verloren. Hoewel de druk om aan het werk te gaan en te blijven groot is, getuigt het ook van maatschappelijke moed als erkend wordt dat niet iedere burger op dezelfde wijze in onze productie- en prestatiecultuur kan meekomen. Zowel overheid als bedrijfsleven moet meer ruimte bieden aan mensen die moeilijker kunnen meekomen. Door vrijwilligerstrajecten, leerwerktrajecten of door laaggeschoolde arbeid aan te bieden dient de maatschappij te tonen dat iedereen waardevol is. Daarbij mogen de belangen van werkgevers en werknemers niet uit balans raken. De relatie met organisaties als Empatèc/Pastiel, www.empatec.nl, moeten onderhouden worden. Tevens dient er regelmatig (op tijd) evaluatie plaats te vinden. 

5.2 Armoedebeleid 

De groep mensen die rond of onder het sociaaleconomische minimum leven groeit nog steeds. Het zorgen en opkomen voor de zwakkeren behoort tot een kerntaak van de overheid. Binnen de wet-telijke kaders moet de gemeente een ruimhartig en rechtvaardig beleid voeren. Zij moet daarbij ook aandacht hebben voor groepen die net niet aan bepaalde criteria voldoen, maar het wel heel zwaar hebben (denk bijv. aan ‘armoedeval’). Omdat voorkomen nog altijd beter is dan genezen moet maximaal worden ingezet op preventie en vroeg-signalering van oplopende schulden. Gezin-nen met kinderen verdienen hierbij extra aandacht. Een vicieuze cirkel van achterstand, waarbij armoede van generatie op generatie over gaat moet zoveel mogelijk worden doorbroken. 

De ChristenUnie is blij met de op 28 juni 2017 vastgestelde kadernota Foarút waarin o.a. het stre-ven is opgenomen om in de Kadernota 2018 de doelgroep minima te vergroten van 110% naar 120% van het sociaal minimum (lees bijstandsnorm). Ruim 3000 huishoudens (5500 personen) in DFM moeten rondkomen van een inkomen tot 120% van het sociaal minimum. Door deze doel-groep te vergroten worden mensen eerder uit het sociale isolement gehaald en wordt het weer toe-komstperspectief geboden. Tevens wil de ChristenUnie meer aandacht voor de ruim 100 gezinnen die (twee) wekelijks gebruik moeten maken van de voedselbanken in onze gemeente en de reden waarom zij hier gebruik van moeten maken. Misschien zijn er wel (simpele) oplossingen te beden-ken zodat mensen geen gebruik hoeven te maken van de voedselbanken en moeten we proberen dit te voorkomen. 

De gemeente dient zich er voor in te zetten dat de fysieke bereikbaarheid van de dienstverlening binnen de gemeente behouden blijft, waarbij cliëntvriendelijkheid en toegankelijkheid voorop dient te staan. Cliënten in onze gemeente dienen met hun vragen zoveel mogelijk bij de drie servicelo-ketten terecht te kunnen. Door met vaste contactpersonen te werken kan voorkomen worden dat cliënten het verhaal keer op keer opnieuw moeten worden vertellen. Door een efficiënte afhande-ling dient extra reizen (kosten) door cliënten zoveel mogelijk te worden voorkomen. Cliënten heb-ben immers door verlies van werk, inkomsten e.d. vaak al de nodige zorgen. De gemeente stimu-leert daarom de minima aanspraak te doen op regelingen door intensieve voorlichting. 

5.3 Het gezin als hoeksteen van de samenleving 

De ChristenUnie is tegen sollicitatieplicht voor alleenstaande ouders met kinderen jonger dan 12 jaar (basisschool leeftijd) en gehandicapte kinderen jonger dan 18 jaar. Het gezin is de hoeksteen van de samenleving en vereist de primaire aandacht van de ouder(s) voor het kind. Keuzevrijheid voor alleenstaande ouders dient voorop te staan. Stimulering richting werk - door bijvoorbeeld een studie of parttime werk - is met het oog op de toekomst van deze gezinnen wel van groot belang. 

5.4 Wet Maatschappelijke Ondersteuning 

De gemeente is in het kader van de WMO verantwoordelijk voor het aanbod aan voorzieningen dat alle burgers in staat moet stellen deel te nemen aan de maatschappij, zoals sociale activering, voor-zieningen voor jeugd en ouderen, ondersteuning vrijwilligerswerk en mantelzorg en voorlichting over Verkiezingsprogramma ChristenUnie De Fryske Marren 20 

deze voorzieningen. De ingevoerde marktwerking bij de huishoudelijke zorg dient nauwlettend in de gaten gehouden te worden zodat dit niet ten koste van de Thuiszorgmedewerkers, Alfahulpen en de cliënt gaat. De ChristenUnie vindt dat burgers voldoende ruimte geboden moet worden om de zorg te kiezen die vanuit de instelling of organisatie bij hen past. Dat betekent dat ook kleinere en/of identiteitsgebonden instellingen, soms regionaal of landelijk werkend, kansen krijgen in het aanbod van maatschappelijke ondersteuning. Het persoonsgebonden budget zien wij als een goede moge-lijkheid om burgers van onze gemeente die eigen keuzevrijheid te geven. We mogen deze mensen niet aan hun lot overlaten. 

5.5 Jeugd en jongerenbeleid 

Jeugd- en jongerenbeleid zal altijd belangrijk aandachtspunt blijven. Voor de ChristenUnie is uit-gangspunt dat de primaire verantwoordelijkheid voor kinderen en jongeren bij de ouders/opvoeders ligt. De ChristenUnie is daarom ook blij dat de eerder genoemde kadernota Foarút is aangenomen en dat die voorziet in een kindpakket voor alle kinderen van ouders met een inkomen tot 120% van het sociaal minimum. Ouders hoeven dan niet meer op diverse locaties iets aan te vragen, maar dit kan nu op een plaats, www.kindpakket.nl. Dat neemt niet weg dat het gemeentebestuur wel degelijk een rol heeft te vervullen voor alle jeugd. De ChristenUnie wil het jeugd- en jongerenbeleid echter niet alleen als een probleem zien, maar ook een constructieve bijdrage leveren aan dat beleid. He-laas blijkt maar al te vaak dat een bepaalde groep jongeren zo dominant aanwezig is dat anderen wegblijven. Dat kan zijn door eigen keuze van de jongeren of omdat ouders niet willen dat hun kin-deren met deze groep in aanraking komen. De gemeentelijke subsidie voor het Jeugd en jongeren-werk dient in redelijke verhouding te staan tot het aantal jongeren dat gebruikt maakt van deze voor-zieningen. De inzet voor een kleine risicogroep mag de jongerenwerkers niet zoveel tijd en energie kosten dat dit ten koste gaat van de inzet voor andere groepen. De sfeer in de jeugdcentra dient zodanig te zijn dat alle jeugd daar terecht kan. Om de goede orde te handhaven dienen jongeren-werkers daarbij ondersteund te worden door ouders (vrijwilligers) Bij excessen dienen van over-heidswege onmiddellijk maatregelen te worden genomen. Betrokkenheid van ouders bij het jeugd-beleid is van groot belang. Dat dit mogelijk is blijkt wel uit de wijze waarop men dit doet in de kleinere dorpen. Dit sluit aan bij ons uitgangspunt dat de zorg voor de jeugd allereerst een taak van de ouders (vrijwilligers) is. In het gezin moet de basis worden gelegd voor het goed functioneren van jongeren in de samenleving. 

5.6 Ouderenbeleid 

Het uitgangspunt bij ouderenbeleid moet zijn: het bieden van een volwaardige, zoveel mogelijk zelf-standige, en geïntegreerde plaats in de samenleving. Zoveel mogelijk moeten ouderen zelf bij het formuleren van ouderenbeleid en de uitvoer van beleid betrokken worden. De bouw van woningen voor ouderen en andere vormen van (semi-)zelfstandige woonvormen binnen woonwijken is van groot belang. De gemeente moet stimuleren dat er een sluitend netwerk ontstaat tussen thuiswoon-voorzieningen en intramurale voorzieningen. Bij bouw en renovatie van woningen en woonwijken moeten nadrukkelijk de wensen en behoeften van ouderen (nu en in de toekomst met een toene-mende vergrijzing) meegenomen worden. De bouw van levensloopbestendige woningen verdient in dat kader extra aandacht. 

5.7 Gehandicaptenbeleid 

Voor wat betreft de vervoersmogelijkheden van mensen met een handicap wordt zoveel mogelijk uitgegaan van individueel (liefst eigen) vervoer. Collectieve arrangementen zijn mogelijk, indien wacht- en reistijden daardoor niet onevenredig groot worden. De toegankelijkheid van gebouwen, maar ook van de infrastructuur (stoepen, oversteekplaatsen, wegen, pleinen, perrons, etc.) moet optimaal zijn en daar waar mogelijk moeten parkeerplaatsen voor gehandicapten gerealiseerd wor-den. Bij openbare gebouwen geldt in ieder geval een landelijke richtlijn dat 2% van de parkeerplaat-sen gereserveerd moeten worden voor gehandicapten. De gemeente moet zich daaraan houden. 

5.8 Minderhedenbeleid 

De integratie van minderheden in de Nederlandse samenleving is een kerntaak van de overheid. Taal is het voertuig van de gedachte daarom heeft onderwijs in de Friese en Nederlandse taal de Verkiezingsprogramma ChristenUnie De Fryske Marren 21 

hoogste prioriteit. Zodra een officiële status is verkregen moet de inburgering voortvarend ter hand genomen. Dit geldt zeker ook voor de mensen die hier komen in het kader van gezinshereniging en allochtonen die hier al langer verblijven, maar de taal nog niet spreken. 

Racisme en discriminatie moeten worden tegengegaan. In onze multiculturele samenleving is het niet vanzelfsprekend dat mensen van verschillende culturen elkaar begrijpen en respecteren. Hier ligt een taak voor de overheid om voorlichting te geven, zelf het goede voorbeeld te geven en men-sen aan te spreken op hun verantwoordelijkheid. 

5.9 Volksgezondheid 

Gezondheid is van invloed op prestaties op school, op het werk en in de maatschappij. Een ge-zonde leefstijl is eerst en vooral een verantwoordelijkheid van mensen zelf, maar gaat ook de maatschappij aan. Door te investeren in preventie zorgen we ervoor dat mensen (langer) gezond blijven. De gemeente is verantwoordelijk voor de instandhouding van de (regionale) gezondheids-dienst (GGD) en daarmee voor het uitvoeren van taken op het gebied van de publieke gezond-heidszorg. 

5.10 Voorkomen is beter dan genezen. 

Verslavingen binden de mens om te gebruiken, te drinken, te roken, te internetten of te gokken. Door een verslaving worden mensen belemmerd om zich ten volle te ontwikkelen. De ChristenUnie wil drempels opwerpen die verslavingen bemoeilijken en drempels slechten voor zorg en hulpverlening aan hen die verslaafd zijn. Het bieden van de mogelijkheid om te gokken helpt deze mensen vaak nog meer in de problemen. De samenleving als geheel draait dan vaak voor de gevolgen op, zoals schuldensanering, hulpverleningsprogramma’s of het vervallen tot crimineel gedrag van de betrok-kene. Via bestemmingsplan en vergunningenbeleid moeten gokautomaten(hallen) worden uitgeslo-ten. Het gemeentebestuur moet het gebruik van soft- en harddrugs tegengaan en vasthouden aan de nul optie, dus geen koffieshops in onze gemeente. 

5.11 Drank maakt meer kapot dan je lief is. 

De controle op verstrekking van alcohol aan jongeren onder de 18 jaar is nog steeds een punt van aandacht. Door de Drank en Horeca Wet (DHW) hebben gemeenten meer instrumentarium en be-voegdheden gekregen om preventief beleid op te stellen. De ChristenUnie is er voorstander van dit beleid in de DHW verordening op te nemen en dit beleid jaarlijks te evalueren. 

Alcoholische drank is van alle genotsmiddelen het meest geaccepteerd in de samenleving. Alcohol-verslaafden vallen om die reden vaak minder snel op. Veel alcoholverslaafden kunnen hun verslaving verbergen. Zelfs als de omgeving bekend is met de verslaving wordt vanwege toenemende tolerantie niet altijd de noodzaak tot hulpverlening onderkend. Het gemeentebestuur moet vooroplopen in het bewustwordingsproces dat drank schadelijk is voor de gezondheid en heeft bij gemeentelijke gelegen-heden een voorbeeldfunctie. 

5.12 Prostitutie 

De seksuele omgang tussen man en vrouw hoort deel uit te maken van de liefdesrelatie die deze mensen met elkaar zijn aangegaan. Deze liefdesrelatie kan alleen tot haar volle recht komen wan-neer zij gebaseerd is op trouw en vertrouwen en hoort daarom thuis binnen het huwelijk. Prostitutie koppelt de seksuele omgang echter los van zowel liefde als trouw. Prostitutie gaat in tegen Gods Schepping en geboden. De praktijk heeft geleerd dat de opheffing van het bordeelverbod niet heeft gebracht wat men er van had verwacht, de vrouwenhandel lijkt eerder te zijn toegenomen. Prostitutie is geen gewoon beroep. Mensen zijn te waardevol om te werken in de prostitutie. Wijkteams/profes-sionals dienen een training te volgen om gevallen van mensenhandel in de wijk en loverboy-situaties te herkennen en maken afspraken met de politie over handhaving, melding en begeleiding. Sexting en grooming lijken onder jongeren in onze gemeente een steeds grotere rol te spelen. De Christen-Unie vindt het belangrijk dat ouders en scholen samen optrekken als het gaat om voorlichting en hulpverlening.